‘Ontvankelijkheid’ vanuit juridisch en vanuit communicatief perspectief

‘Ontvankelijkheid’ vanuit juridisch en vanuit communicatief perspectief

Is een bezwáár ontvankelijk? Of is de belanghébbende ontvankelijk in zijn bezwaar? Die vraag kreeg ik van een van de trainers Verweerschriften schrijven en procesvoering, Judith Winterkamp. Een korte toelichting én aan het einde een vraag.

In een juridische context is een geschrift ontvankelijk. In een niet-juridische omgeving is een mens ontvankelijk voor iets of iemand.

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) schrijft alleen over niet-ontvankelijkheid: “een bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien … (artikel 6.6)” Dus niet de indiener is ontvankelijk in zijn bezwaar maar het bezwaarschrift zelf is niet-ontvankelijk.

Van Dale omschrijft ‘ontvankelijk’ als ‘openstaand voor indrukken’. Het gaat dan over de toestand van een mens. Als tweede betekenis staat er dat de term wordt gebruikt in de rechtspraak. De zaak is ontvankelijk als die in behandeling kan worden genomen door de rechtsprekende instantie.

Vanuit communicatief perspectief kun je je afvragen of je in een ‘uitspraak op bezwaar’ moet vermelden dat het bezwaar ontvankelijk is. Er is pas iets aan de hand als het bezwaar niet ontvankelijk is. Pas dan is het belangrijk het te benoemen. Misschien is dat ook de reden dat de Awb alleen expliciet schrijft over ‘niet-ontvankelijk’.

Wat vind jij? Moet in een uitspraak op bezwaar ook de ontvankelijkheid benoemd worden of volstaat het de niet-ontvankelijkheid te benoemen?

 

 

Ontvang de whitepaper via e-mail